Tijgernootjes (en dan dus niet die voorverpakte pinda's in een krokant laagje uit de supermarkt ;-)) zijn een rising star in Paleo AIP-land. De officiƫle naam voor de tijgernoot is knolcyperus. Hij wordt ook wel aardamandel genoemd. Anders dan de naam doet vermoeden, is de tijgernoot geen noot. Het is een klein knolletje, ter grootte van een pinda, dat onder de grond groeit. De smaak heeft wel iets nootachtigs. Tijgernoten zijn rauw te eten en goed te vermalen tot meel, dat zich leent voor het bakken van koekjes, pannekoeken en crumbles. Fijn als je geen gebruik kunt maken van amandelmeel of kokosmeel! Karpers schijnen er ook dol op te zijn. Ik kan ze geen ongelijk geven ;-).